Wie in Vlaanderen een oudere woning koopt, kent het plan meteen. Vooraan een kamer die er netjes uitziet, achteraan een keuken waar het echte leven zich afspeelt. Dat plan heeft een verhaal. En wie vandaag verbouwt, schrijft er het volgende hoofdstuk van.
De kamer die er alleen op zondag mocht zijn
Tot ver in de vorige eeuw hadden veel huizen een beste kamer. Ze heette ook de goede kamer, de mooie kamer of gewoon de voorkamer. Daar stonden het mooiste buffet, de beste stoelen en het servies dat niet gebruikt werd. De kamer diende om te ontvangen. Rond 1900 kwam de familie er vaak samen na de zondagsmis, voor koffie met bezoek.
De rest van de week bleef de deur dicht. Gekookt, gegeten, gewassen en gepraat werd er in de keuken of in de achterkamer. Daar stond een tafel die tegen een stootje kon. Daar stond de kachel. En daar zat het gezin, elke dag, op stoelen die vooral stevig moesten zijn.

Salon in de pastorij, Openluchtmuseum Bokrijk. Foto: Ludvig14, Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
In de pastorij en de hoeves van het Openluchtmuseum Bokrijk zie je die twee werelden nog naast elkaar. Een salon met gestoffeerde zetels, een pendule en een tapijt. En een paar deuren verder een leefkeuken met een grote schouw, een kast en een eenvoudige houten tafel.

Leefkeuken in de hoeve uit Beverst, Openluchtmuseum Bokrijk. Foto: Brigade Piron, Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Dat plan zit nog in de meeste Vlaamse huizen
De beste kamer is grotendeels verdwenen. Het plan waarin ze paste, niet. Volgens de kadastrale statistiek van Statbel stonden er in 2025 in het Vlaams Gewest 2.190.461 huizen. Twee op de drie daarvan werden gebouwd vóór 1982. Bij huizen in gesloten bebouwing, de typische rijwoningen, is dat zelfs 85 procent.
Vooral oudere rijwoningen hebben vaak nog de klassieke indeling: een voorkamer, een middenkamer en een keuken achteraan. Drie kleine ruimtes achter elkaar, elk met een eigen deur. Dat was logisch in een tijd van kolenkachels, toen je alleen verwarmde waar je zat. Vandaag voelt het vooral donker en krap.
Waarom zoveel van die huizen nu open gaan
Er wordt in Vlaanderen ook om een andere reden verbouwd. Wie sinds 1 januari 2023 een woning met EPC-label E of F koopt, moet ze binnen een vaste termijn renoveren tot minstens label D. Sinds 12 december 2025 is die termijn zes jaar in plaats van vijf. Meer uitleg vind je op de pagina over de renovatieverplichting van de Vlaamse overheid.
Wie toch isoleert, nieuwe ramen plaatst en de verwarming vervangt, zit al met de werf in huis. Dan ligt de vraag op tafel: blijft de indeling zoals ze is, of gaat de muur eruit? Vaak wint de muur niet. Een dragende muur vervangen door een stalen balk vraagt wel rekenwerk van een ingenieur. Laat dat altijd vooraf bekijken.
Wat er verandert als de muur weg is
Met de muur verdwijnt ook de scheiding tussen ontvangen en leven. Er is geen kamer meer voor bezoek en een kamer voor het gezin. Er is één ruimte, en de eettafel komt in het midden te staan. Dat is precies de plek waar vroeger de deur tussen de twee werelden zat.
Die tafel krijgt er een hoop taken bij. Er wordt ontbeten en gegeten, maar ook huiswerk gemaakt, gewerkt op de laptop en gepraat met wie in de keuken staat. De tafel van de achterkamer en het pronkstuk van de voorkamer worden één meubel.
- Licht: de tafel staat nu vaak op de donkerste plek van het huis, het midden. Plan een hanglamp boven de tafel mee in het elektriciteitsplan.
- Ruimte: hou rond de tafel minstens 80 cm vrij, zodat iemand achter een bezette stoel kan passeren.
- Zicht: de tafel staat in de kijklijn vanaf de voordeur. Ze bepaalt mee hoe de hele ruimte overkomt.
Stoelen voor elke dag, niet alleen voor zondag
Hier zit de grootste verschuiving. Vroeger had je twee soorten stoelen. Mooie stoelen voor de goede kamer, die bijna nooit gebruikt werden. En stevige stoelen voor de keuken, die alles moesten verdragen. In een open leefkeuken moeten dezelfde stoelen allebei kunnen. Ze staan elke dag in het zicht en worden elke dag gebruikt.
Let daarom op een paar dingen:
- De bekleding: dicht bij de keuken komen spatten en vlekken. Kunstleer veeg je schoon met een vochtige doek. Fluweel en bouclé geven warmte aan een ruimte vol nieuwe, harde materialen zoals tegels, beton en glas.
- De zithoogte: de meeste eettafels zijn ongeveer 75 cm hoog. Tussen zitting en tafelblad zit best zo’n 28 tot 32 cm. Meet dat na, zeker als de tafel nieuw is.
- De vloer: een nieuwe parket- of gietvloer krast snel. Kleef viltjes onder elke stoelpoot voor de stoelen in gebruik gaan. Op tegels werken rubberen doppen beter.
Wie wil vergelijken, vindt bij Maci Home eetkamerstoelen die tegen dagelijks gebruik kunnen, in kunstleer, fluweel en bouclé en in veel kleuren.
Een stukje goede kamer mag blijven
De beste kamer was niet alleen een kamer. Ze stond voor zorg en voor tijd nemen voor elkaar. Dat hoeft niet te verdwijnen met de muur. Kies voor de eethoek iets dat ook in de voorkamer had gepast. Denk aan een warme stof, een mooie lamp of een tafel waar je graag lang blijft zitten.
Dan krijg je het beste van twee werelden. De eettafel staat in het midden van het huis, en elke dag voelt een beetje als zondag. Meer ideeën voor de rest van je interieur vind je bij Maci Home.













